Het Huis te Aduard

Een eenvoudige woning voor de rechter van Groot Aduard groeide uit tot de luisterrijke adellijke buitenplaats van het geslacht Lewe van Aduard. Helaas bestaat dat Huis te Aduard of de borg van Aduard niet meer. Het is in 1815 tot de grond toe afgebroken. Het fraaie park met zijn bomenbestand en visvijvers verdween van de kaart. Later werd op deze locatie de gereformeerde kerk gebouwd waarvan de opvolger er nog steeds staat aan de Burgemeester Seinenstraat.

Een huis voor de redger
Na opheffing van het klooster van Aduard ontstond een dorp op het kloosterterrein. Ten noorden van de ziekenzaal die in 1595 tot kerk en school was ingericht, liet in 1597 de provincie Groningen een sobere woning bouwen voor de redger, die bestuurder, rechter en notaris voor Groot Aduard was. De belangrijkste rechter was zeker Albert Coenders die door aankoop van het kloosterterrein zich als dorpsheer kon laten gelden.   

Adellijke woning

In 1658 verkocht de provincie uit geldnood het huis aan Rudolf Willem van In- en Kniphuisen, voorzitter van het Aduarder Zijlvest. Wegens zijn conflict met dat zijlvest liet het zijlvest het huis veilen en zo werd Johan de Mepsche in 1660 de nieuwe eigenaar. Zijn weduwe verkocht het vergrote huis aan jonker Johan Clant. Inmiddels had de provincie in 1659 ook de bevoegdheid om recht te spreken in Aduard voor veel geld verkocht aan diverse jonkers. Clant zag kans om die bevoegdheid in handen te krijgen. Maar in 1700 ruilde Clant al zijn bezit inclusief het huis te Aduard met Evert Joost Lewe.

Buitenhuis van Lewe
Jonker Evert Joost Lewe werd de nieuwe borgheer in Aduard. Na een korte onderbreking tussen 1710 en 1712 toen politiek avonturier Johan Willem Ripperda zijn plaats innam, groeide Lewe uit tot de machtigste man in de Ommelanden. Hij breidde zijn bezit in het dorp Aduard uit tot een waar landgoed met bos en hertenkamp. Na zijn dood in 1753 volgde zijn zoon die ook Evert Joost heette, hem op. Diens zoon was geestelijk ongeschikt om hem op te volgen en daarom nam moeder Willemina Alberda de honneurs waar. In 1799 erfde een neef, Evert Joost Lewe III, alle bezit. Diens zoon Carolus Justus moest in 1815 wegens schulden grond en gebouwen met borg en al voor sloop laten verkopen. De percelen land werd in gebruik genomen door kopers, gebouwen gesloopt, het bos gerooid, materialen verkocht en zo verdween de zichtbare herinnering aan twee eeuwen jonkermacht uit Aduard.

 

Het Huis of de Borg van Aduard in ca. 1770.

Generaal Berend Lewe wiens zoon de vierde Heer van Aduard werd (1799).

Het kleine Aduard (l) en het grote borgterrein (r)