Aduard en het waterbeheer
Aduard heeft in de geschiedenis van het waterbeheer rondom Aduard op allerlei wijzen een eigen rol gespeeld. Vrije boeren en monniken, provincieheren en landjonkers, pachters en burgers, allen hebben bijgedragen aan het beheersing van het steeds weer gevaarlijke water in en rond Aduard. Dit betrof de afvoer van regenwater naar zee en overstromingen door zeewater zoals die van 1685, 1717 en 1825.

Wierde en dijken
In het stroomgebied tussen het Peizerdiep en de Oude Riet ontstond tussen 200 en 800 na Chr. de wierde Aduard waardoor een veilige basis voor wonen en boeren op het onbedijkte kwelderland ontstond. Na de inbraken van de Lauwerszee waarbij veel land wegspoelde, kwam de wierde Aduard na 800 te liggen aan de westkant van een inbraaksleuf. Even noordelijker hadden zich de eilanden Middag en Humsterland gevormd. De boeren in dit gebied gingen op den duur hun land tegen het stijgende zeewater beschermen met lage zomerkaden. Rond 1200 was het gebied rond Aduard dus al redelijk beschermd. Maar de wateroverlast vanuit Drenthe gepaard met het inklinken van de bodem en de stijging van de zeespiegel bleven voor problemen zorgen. 

Aduarderzijlvest
Na de vestiging van de Cisterciënzers op de wierde Aduard ontwikkelde het klooster zich tot een belangrijke partij in het waterbeheer. Het Aduarderzijlvest als organisatie voor waterbeheer ontstond. In samenwerking met de andere landeigenaren in Middag Humsterland  en het Drentse achterland kwamen veel verbeteringen tot stand. Dijken werden verhoogd zodat ook buiten de wierden vestigingen op het land konden ontstaan, de waterafvoer werd verbeterd door het rechttrekken van dichtslibbende rivieren en beken. Kanalen voor waterafvoer en goederentransport werden gegraven, bruggen werden gebouwd, onderdijkse duikers met kleppen lieten bij eb het water uit en hielden bij vloed het water tegen. De uitmonding van het Aduarderdiep kreeg een sluis voor afwatering en scheepvaart. In plaats van de dorpen zorgde uiteindelijk het Aduarderzijlvest voor het dijkonderhoud.

Organisatie van het waterbeheer
Het Aduarderzijlvest kende een eenvoudige organisatie en was verdeeld in 14 schepperijen waaruit een ingeland, wonende binnen de schepperij, als schepper naar voren kwam. Het bestuur bestond uit een college van die scheppers met als voorzitter de overste schepper. Elk van de scheppers had de schouwbevoegdheid om de onderhoudsstaat van de waterstaatswerken binnen zijn werkgebied te controleren. In het Aduarderzijlvest werd de abt van het klooster met zijn vele landbezit de opperste schepper en kon als voorzitter sturend optreden. Het zijlvest bestond uit het land van het klooster en dat in  Lieuwerderwolde (Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd). Door het aanleggen van de sluis bij Aduarderzijl werd Middag verder opgenomen in het Aduarderzijlvest. Na 1422 traden Peize, Roden en Foxwolde toe tot het zijlvest en later ook Westerhamrik. In 1489 werden de voormalige eilanden Middag en Humsterland met elkaar verbonden.  

Provinciaal en adellijk bestuur
Bij de opheffing van het St. Bernardusklooster in 1594 werd de abt van zijn functie als overste schepper ontheven die voortaan door de provincie werd benoemd. Maar in 1659 kwam het bestuur van het zijlvest via aankoop grotendeels in handen van adel en grootgrondbezitters die volstrekt autonoom optraden. Voor de ingelanden, meestal eigenerfde boeren en pachters, werkte dit vaak nadelig uit. De Boerenopstand in 1747 tegen de willekeur trof daarom met name de overste schepper Evert Joost Lewe, heer van Aduard. Als symbool van de corruptie in de Ommelanden moest hij aftreden als voorzitter van die Ommelanden maar later onderzoek toonde aan dat er eigenlijk weinig mis was geweest tijdens zijn bewind. In 1755 werden de bestaande regelingen uit de oude zijl- en dijkbesluiten vervangen door het Réglement van prinses Anna, de weduwe van stadhouder Willem IV, en werd de autonomie van het bestuur van het zijlvest ingeperkt. Voortaan besliste de Hoge Justitiekamer van Stad en Lande in de geschillen op waterstaatsgebied en dit orgaan kreeg ook de bevoegdheid de jaarlijkse rekeningen te controleren.

Revolutie en hervorming 
In 1795, het begin van de Bataafse Republiek, werden de jonker-scheppers van hun macht beroofd. Ze werden afgezet door het Comité révolutionnair der Ommelanden en vervangen door provisionele volmachten die werden benoemd door de gekozen vertegenwoordigers van de dorpen. Het aantal schepperijen van het Aduarderzijlvest werd teruggebracht tot vijf. Daarmee was de rol van Aduard, eeuwenlang de woonplaats van de overste schepper, in de waterbeheersing uitgespeeld. In de tweede helft van de 19e eeuw werd de waterstaatsorganisatie grondig hervormd. De Provinciale Staten kregen de bevoegdheid organisatie en en reglementen van de waterschappen te veranderen. In 1863 werd het waterschap Westerkwartier opgericht over de gebieden van het Aduarderzijlvest en het Kommerzijlvest.

Waterschap Noorderzijlvest
Het waterschap Westerkwartier ging in 1995 op in het grote Noorderzijlvest. De voornaamste afwatering is die van het Reitdiep, dat wordt bemalen door het gemaal De Waterwolf. Het water wordt via het Lauwersmeer en de sluizen in Lauwersoog op de Waddenzee geloosd. Aan de oostzijde is de belangrijkste afwatering het Damsterdiep dat via het gemaal in Delfzijl zijn water loost op de Eems. Ondanks duizend jaar van waterbeheer blijkt het water nog steeds niet helemaal beheersbaar en zijn de oude bedreigingen van regenwater, zeewater en bodemdaling actueel.

 

De twee waterschappen van klooster Aduard: Aduarderzijlvest (1) en Winsumer- en Schaphalsterzijlvest (2)

Het wapen van Het Aduarderzijlvest in 1781